Door Richard Klein Tank op 16 mei 2014

Bij het aantreden van het nieuwe college

13 mei 2014. Vanavond treedt een nieuw college aan. Oost Gelre is haar demissionaire status voorbij. Nieuwe wethouders van CDA-huize treden toe tot het college, de liberale voorgangers kunnen hun koffers pakken en worden bedankt, de OOG-dienaren nestelen zich opnieuw in hun bestuurlijke cocon in de hoop nog fijn een paar jaar verder te kunnen regeren. Wie het is aan wie zij zich warmen in het bestuurlijke nest, dat maakt eigenlijk ook niet zo veel uit. En aan de nieuwe burgemeester, die met enthousiasme en goede moed begonnen is in de voor haar nieuwe rol in het openbaar bestuur, de taak om te helpen er een harmonieus geheel van te maken, dat in een collegiale verhouding tot elkaar en in een duale verhouding tot de raad productief wordt voor Oost Gelre. Zowaar geen sinecure.

“Op eigen kracht” heet het coalitieakkoord dat CDA en OOG de afgelopen weken in elkaar hebben getimmerd. Op eigen kracht, ja, ze doen het als politieke partijen op eigen kracht, met z’n tweeën. En dat is jammer. Het CDA begon de informatiefase moedig door naar een breed draagvlak te streven voor de nieuwe coalitieperiode en zich daar ook ruimhartig over uit te spreken. Na een aantal oriënterende gesprekken met alle fracties is men echter al snel overgegaan van de informatiefase naar het formatieproces waarin die verbreding niet meer aan de orde was. Want al even snel was de aanvankelijke wens om naar een breed draagvlak te streven, wat een coalitie van meerdere partijen, van meerdere politieke stromingen, zou rechtvaardigen, in rook opgegaan. Al snel kwam de mededeling vanuit de CDA-geledingen, dat het de bedoeling was om alleen met de fractie van OOG een coalitie te gaan vormen. Opmerkelijk, want het informatiegesprek dat de PvdA had met het CDA was in alle openheid zeer constructief verlopen, waarbij veel speerpunten en accenten in elkaars verlengde lagen en partijen oprechte interesse in elkaar toonden. Opmerkelijk ook, omdat onomwonden werd meegedeeld, dat het CDA weliswaar nog steeds graag een breder college zag ontstaan, maar dat OOG die deur dicht hield.

De PvdA fractie betreurt deze abrupte versmalling naar een tweepartijencoalitie, die slechts op een kleine meerderheid in deze raad steunt. Dat is jammer, omdat we net als 9 jaar geleden, toen we van start gingen met de expeditie gemeente Oost Gelre en gezamenlijk de nieuwe gemeente in de steigers moesten zetten, opnieuw in een periode verkeren waarin er alle aanleiding is om een breed draagvlak te hebben voor het college in de gemeenteraad. De transities op het gebied van zorg, werk en jeugd per 1 januari 2015 nodigen daartoe uit, door hun impact. Impact op hetgeen burgers van hun gemeente verwachten, impact op onze begroting, die zomaar met de helft kan gaan groeien, impact, omdat ze de komende jaren een groot deel van de politiek-bestuurlijke aandacht gaan opeisen en om besluiten, keuzes en maatregelen vragen. Daarbij is het sterk te verkiezen om dat proces zo weinig mogelijk te politiseren en dus om een breed draagvlak voor het bestuurlijk handelen binnen de raad te creëren.

We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat ietwat opportunistische motieven daaraan ten grondslag lagen. Een extra jong in het nest, betekent minder te eten voor de rest. En in de wetenschap dat OOG in 2010 een superdeal met de VVD had weten te sluiten over de verdeling van wethoudersposten, door als kleine partij evenveel wethouders binnen te slepen als de toenmalige, meer dan twee zo grote VVD-fractie. Het leidde vier jaar lang tot een oververtegenwoordiging van OOG binnen het college. Het lag in de rede dat men nu een stap terug zou moeten doen. Bij een driepartijencoalitie was die kans nog groter. En waarachtig, door de derde coalitiegenoot buiten te houden, is OOG er opnieuw in geslaagd twee wethouderszetels te claimen, zelfs formatief meer dan voorheen.

Oost Gelre krijgt meer wethoudersformatie dan voorheen. De PvdA-fractie vindt dit een slechte zaak. Een gemeente als de onze kan prima uit de voeten met 3 full time wethouders. Het is verspilling van gemeenschapsgeld om in een tijd waarin bezuinigingen noodzakelijk blijven en onze ambtelijke organisatie de afgelopen jaren verder is afgeslankt, er een vier man sterke wethoudersploeg (ik mag wel zeggen 4 man, want ja ook mevrouw Frank staat haar mannetje wel) te laten aantreden. Een slechte zaak, omdat we juist nu ook een burgemeester aan de leiding van het college hebben staan, die prima geëquipeerd is om behalve de wettelijke portefeuille ook een inhoudelijk rol te spelen op sommige andere beleidsterreinen. Elders zien we dat gemeenten met zelfs 35.000 inwoners het doen met 3 wethouders en daar ook goed in slagen. Bovendien, het past ook niet bij de terugtredende rol van de gemeentelijke overheid, de landelijke tendens waarin we steeds meer op particulier initiatief vertrouwen en bouwen. Het coalitieakkoord noemt die beweging naar de participatiesamenleving ook. Bij een terugtredende overheid past geen uitbreiding van een college

Laten we dan eens verder naar de inhoud van het coalitieakkoord kijken. Het is een beknopt document geworden. Kennelijk vanuit de bedoeling om niet alles dicht te timmeren, maar ook ruimte te laten aan de slimme inbreng in de raad vanuit de oppositie. De PvdA stelt tot tevredenheid vast, dat de nieuwe coalitie een aantal belangrijke punten benoemt, die ook wij van belang vinden en waar ook wij in de afgelopen jaren telkens weer aandacht voor hebben gevraagd. Dat gewerkt gaat worden aan een inclusieve samenleving, een samenleving waarin iedereen tot zijn recht komt bijvoorbeeld. De meedoenregeling of de maatschappelijke stage. Of het voornemen om het Akkoord van Groenlo en de duurzaamheidsdoelstellingen nieuw leven in te blazen. Wij delen de opvatting die in het akkoord terug te lezen is, dat die doelen de afgelopen jaren zijn verzaakt. Dat de oorspronkelijke ambitie wordt gehandhaafd vinden wij lovenswaardig. Dat wordt tijd ook. Als PvdA hebben we hier herhaaldelijk op aangedrongen. En de aankondiging: “We vervullen een voortrekkersrol bij het stimuleren en faciliteren van energietransitie”, klinkt ons als muziek in de oren, alhoewel we benieuwd zijn hoe dat gaat gebeuren.

Maar er zijn ook passages in het akkoord, die bij ons vragen oproepen. Cryptische formuleringen, waar een onvermoed compromis achter schuil gaat of die om andere reden bewust vaag gehouden zijn. Zo staat er: “We passen onze huisvesting aan op het geactualiseerde dienstverleningsconcept.” Betekent dit zoveel als dat de dure verbouwing die de vorige raad tot twee maal toe afschoot, opnieuw wordt opgediend? En wat te denken van de zin: “Een dubbelrol van iemand die bestuurder is en wethouder is niet wenselijk…? Waar doelen de partijen op? En welk strategisch beleidsvraagstuk wordt bedoeld met de passage over de landbouwmachine die niet kan draaien op een hoekje in het landschap? En welke concrete resultaten worden beoogd bij het streven naar verdere deregulering? In de afgelopen periode is het college er niet in geslaagd het welstandsbeleid daadwerkelijk te dereguleren. Zelfs een initiatiefvoorstel van de VVD heeft toen geen resultaat gehad.

Zwerfvuil is een ergernis die we aanpakken.., zo wordt gesteld, maar wat is het nieuwe college eigenlijk van plan met het omgekeerd inzamelen als laatste fase van het DIFTAR-systeem? “Onderzoeken of omgekeerd inzamelen niet door nieuwe technieken is ingehaald.” Wat betekent dit voor laatste fase waar nu aan wordt gewerkt? En wat voor de bewustwording van spaarzaamheid en afvalpreventie?

De aankondiging dat een raadswerkgroep transities in het sociale domein nauw betrokken wordt bij de ingrijpende veranderingen die er op dat terrein volgen, sluit naadloos aan op de wens die de PvdA heeft. Zo hebben wij in het presidium voorgesteld dit onderwerp de komende tijd als een vast agendapunt voor de commissie burger en bestuur te agenderen. Maar een werkgroep is eveneens een denkbare optie.

Tekortschietend is helaas de financiële paragraaf: onder verwijzing naar de decembercirculaire wordt de simpele conclusie getrokken dat ombuigingen noodzakelijk zijn van tenminste 2 miljoen euro. Zonder enig visionair denkwerk over waar we dit gaan halen en hoe dit verantwoord ingevuld kan worden. Er hadden op z’n minst toch wel kansrijke bezuinigingsrichtingen voorgesteld mogen worden? Wat te denken van het op voorhand wegbezuinigen van de overbodige vierde wethouder…

Voorzitter,

Op eigen kracht had aan meerwaarde gewonnen als een poging gedaan zou zijn meer politieke stromingen te verbinden aan de politieke samenwerking in de coalitie. In een tijd waarin politiek draagvlak voor nieuwe ontwikkelingen, die ongetwijfeld gepaard zullen gaan met vallen en opstaan, belangrijk is, zou een groter meerderheidscoalitie onze voorkeur hebben gehad. Dat betekent niet dat wat er nu ligt onze steun niet heeft. Ook de ploeg wethouders is, zij het overbemeten in aantal, op haar taken voorbereid. De PvdA wenst de coalitie succes. Maar weet, dat u de PvdA als kritische oppositietijger de komende jaren in deze arena tegen zult blijven komen.

Richard Klein Tank

Richard Klein Tank

Woont in: Groenlo

Meer over Richard Klein Tank