Werk

De kenniseconomie is de motor voor werk op vele niveaus. Daarom is het niet zinvol om te investeren in óf de kenniseconomie, óf de maakindustrie óf de dienstverlening. Investeren is alleen zinvol als dit in samenhang gebeurt.

Wij investeren in een economisch klimaat in de regio waar iedereen van profiteert en er op alle niveaus werk is. Dit vraagt om een goede koppeling tussen economisch en sociaal beleid.

De kenniseconomie is de motor voor werk op vele niveaus. Daarom is het niet zinvol om te investeren in óf de kenniseconomie, óf de maakindustrie óf de dienstverlening. Investeren is alleen zinvol als dit in samenhang gebeurt.

Wij maken afspraken met kennis- en opleidingsinstellingen om te voorkomen dat we onze jongeren opleiden voor werk dat er straks niet meer is. Dit betekent bijvoorbeeld minder administratieve en economische opleidingen en meer opleidingen in de techniek en ict.

Wij bekijken met onze regionale partners (vakbeweging, werkgevers, mkb, onderwijs en overheid) hoe we jongeren en werkzoekenden het beste kunnen toerusten voor de arbeidsmarkt in onze regio.

Wij brengen onderwijs en werkgevers/ondernemers met elkaar in contact brengen om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren.

In het verband van de arbeidsmarktregio worden de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt gevolgd. Op die manier kunnen we mensen in beroepen waar de werkgelegenheid krimpt, verleiden om zich tijdig om te scholen naar beroepen waar de werkgelegenheid in de regio naar verwachting zal stijgen.

Wij zorgen voor voldoende stageplekken voor jongeren op alle niveaus. Beroepsbegeleidende leerweg (bbl) is hierbij een extra aandachtspunt. Door een gebrek aan leerplekken bestaat het risico dat jongeren die meer gebaat zijn bij vier dagen werken en een dag leren toch kiezen voor de beroepsopleidende leerweg (bol) en daar eerder uitvallen. Dit willen we voorkomen.

Leerlingen moeten leren van hun stage. Stagiairs zijn geen goedkope arbeidskrachten.

Onderwijs, gemeente en lokaal bedrijfsleven werken meer en gestructureerd samen om de kansen van mbo’ers op de regionale arbeidsmarkt te vergroten. Hiervoor stellen we samen een lokale/regionale mbo-agenda op. In deze agenda maken we ook concrete afspraken over het aantal stageplaatsen.

Wij gebruiken onze inkoopmacht als overheid gebruiken om banen voor mensen in een uitkering en leerbanen voor jongeren te stimuleren. Dat kan door social return on investment als voorwaarde op te nemen voor de aanbestedende partij. Dus niet op een specifiek project. Op die manier ondervangen we het risico dat werk niet duurzaam  is. De gemeente geeft hierbij zelf het goede voorbeeld.

Wij zetten het re-integratiebudget vooral in voor de meest kwetsbare groepen, zoals bijvoorbeeld mensen met beperkingen of statushouders. Als we hen niet intensief ondersteunen is het risico groot dat ze nooit meer aan het werk komen en dat is een verspilling van talent.

Beschut werk moet blijven bestaan voor mensen die anders geen kans hebben op een betaalde baan waarmee ze een eigen bestaan kunnen opbouwen.

We creëren de komende periode [aantal] beschutte werkplekken in de gemeentelijke organisatie. Van bedrijven waar we zaken mee doen als gemeente verlangen we dezelfde inspanning. We blijven waakzaam voor eventuele verdringing van werkgelegenheid.

We reserveren jaarlijks budget voor garantiebanen bij reguliere bedrijven. Via de Wmo stimuleren we training en bijscholing voor deze groep kwetsbare mensen. Waar nodig organiseren we vervoer naar bedrijven verderop, zodat de afstand geen belemmering vormt voor mensen om te gaan werken in een garantiebaan.

Het werkgeversservicepunt (gemeente) brengt de mogelijkheden van jobcarving actief onder de aandacht van werkgevers in de regio. Hiermee worden nieuwe banen gecreëerd die goed uitgevoerd kunnen worden door mensen met een arbeidsbeperking.

We zetten het re-integratiebeleid in op reguliere (niet-gesubsidieerde) en fatsoenlijk betaalde banen. Als dat niet of nog niet mogelijk is, geven we loonkostensubsidie of bieden we een baan aan bij het sociaal werkbedrijf. Voor hen waarvoor ook dat niet of nog niet in het bereik ligt, is er de arbeidsmatige of recreatieve dagbesteding. Niemand wordt aan zijn lot overgelaten en iedereen krijgt een kans om zijn of haar talenten te ontwikkelen.

De loonkostensubsidie voor het in dienst nemen van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt wordt ook verstrekt aan het midden- en kleinbedrijf.

Ons re-integratiebeleid is erop gericht is om mensen zo snel mogelijk naar werk te begeleiden. Als een opleiding of herscholing het beste perspectief geeft op werk en er geen andere mogelijkheden tot financiering zijn, kan de gemeente door een lening of een gift hierin voorzien.

De menselijke maat is leidend in ons bijstandsbeleid, bijvoorbeeld door het toepassen van de hardheidsclausule. Dat betekent dat wij in bijzondere gevallen de kostendelersnorm en de vermogensgrens voor bijstand niet toepassen.

Wij zorgen voor goede voorzieningen voor opvang van kinderen, zodat ouders geen belemmering voelen om te gaan werken.

Voor mensen  met een onregelmatig inkomen (zzp’ers) verlagen we de drempel verlagen om vanuit de bijstand bij te verdienen. Dit doen we door de administratieve last van een wisselende bijstandsuitkering te verlagen en meer uit te gaan van vertrouwen.

Wij stimuleren sociaal ondernemerschap. Dit kan bijvoorbeeld via het aanbestedingsbeleid. Maar ook via allerlei andere faciliteiten die de overheid biedt, zoals het organiseren van netwerken of het regelen van opstartfinanciering.

We stellen eisen aan het soort contracten bij aanbesteden, bijvoorbeeld in de zorg. Dus geen 0-urencontracten en payrolling meer. Dit betekent  dat we niet gaan voor de goedkoopste aanbieder, maar voor degene die goed met zijn werknemers omgaat én kwaliteit levert.

We gaan ervan uit dat de bestaande cao’s worden nageleefd, medezeggenschap van werknemers geborgd is, de beloning van de bestuurders past binnen de Wet normering topinkomens (WNT) en de flexibele schil niet groter is dan 30%. Dit geldt voor alle werknemers, ongeacht hun land van herkomst.

Wij zorgen ervoor dat organisaties die werken met gemeenschapsgeld een fatsoenlijke salariëring en  beloning hanteren (cao). Bovenin de organisatie worden geen exorbitante salarissen betaald of beloningen uitgekeerd.  De Wet normering topinkomens wordt nageleefd. Lokaal letten we er bij aanbestedingen en bij verbonden partners op dat inkomens van bestuurders conform regelgeving zijn. Dat kan ook met terugwerkende kracht.

Jongeren ontvangen vanaf 18 jaar het minimumloon. Ook bij aanbestedingen wordt gelet op de hantering hiervan.

Verdringing van betaalde banen door vrijwilligerswerk is niet toelaatbaar. Bij bezuinigingen of reorganisaties kijken we naar de gevolgen voor de werknemers. Oneerlijk werk wordt aangekaart en aangepakt.

Wij zijn voorstander van het experimenteren met vormen van een basisinkomen of sociale bijstand, ook als alternatief voor het werken met een verplichte tegenprestatie.

Wij zijn ook medeverantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten en nieuwe Nederlanders (denk aan statushouders). Misstanden brengen we aan het licht, zodat arbeidsmigratie door slechte omstandigheden niet leidt tot inhumane situaties en verdere verdringing.

We vinden dat werkzoekenden en statushouders zelf hun eigen plan moeten kunnen trekken in hun zoektocht naar betaald werk. Dit plan ondersteunen we waar mogelijk. Het verwerven van de Nederlandse taal door statushouders is daar onlosmakelijk aan verbonden. De gemeente geeft als werkgever zelf het goede voorbeeld.

Wij zorgen voor kwetsbare jongeren uit het praktijkonderwijs en VSO. Voorheen stroomden zij rechtstreeks door naar de Wajong of de Wsw. Nu dreigen ze buiten beeld te raken en krijgen we ze moeilijker op school vanwege stapeling van wet- en regelgeving. Wij vinden dat de gemeente zich in moet zetten om samen met de scholen alternatieve leerroutes te creëren. Op die manier kunnen we ook deze jongeren zo goed mogelijk klaarstomen voor de arbeidsmarkt.

In de regionale arbeidsmarktkamer en in regionaal verband werken we samen met het UWV en branches om mensen actiever van werk naar werk te leiden. De O&O-fondsen (geld voor opleidingen) die nu sectoraal geregeld zijn, willen we in de toekomst ook in kunnen zetten voor de regionale aanpak.

Wij vinden dat het UWV weer echt een partner moet zijn voor mensen bij het vinden van werk. Dat houdt in dat het UWV persoonlijk contact met de werkzoekende onderhoudt en fysiek weer in onze gemeente benaderbaar  is.

Iedereen verdient een gelijke en eerlijke kans om aan een stageplaats of werk te komen. We gaan de strijd aan met werkgevers die (on)bewust discrimineren op zaken als leeftijd, afkomst, geloof, geslacht of geaardheid. Anoniem solliciteren is daarbij een goed hulpmiddel.